De opbouw van reservekapitaal binnen de VME


7/5/2017 – Onder reservekapitaal wordt verstaan de som van de periodieke inbrengen van bedragen die zijn bestemd voor het dekken van niet-periodieke uitgaven, zoals de uitgaven voor de vernieuwing van het verwarmingssysteem, de herstelling van een lift of het leggen van een nieuwe dakbedekking. (art. 577-11 § 2 B.W.)

Dit kapitaal is dus in principe bestemd voor grote en soms onverwachte uitgaven en/of investeringswerken die het gewone onderhoud van de gemeenschappelijke delen overschrijden.  Dit laat de Vereniging van Mede-Eigenaars dus toe om als het ware een spaarpot aan te leggen voor de toekomst.

De vereniging van mede-eigenaars is niet wettelijk verplicht een reservekapitaal op te bouwen, zodat het aan de algemene vergadering is om een beslissing te nemen dit met gewone meerderheid (50+1).

Wanneer de algemene vergadering van mede-eigenaars beslist tot oprichting van een reservekapitaal is iedere mede-eigenaar verplicht om periodiek een geldelijke inbreng te doen. De algemene vergadering kan vrij over de periodiciteit van de betaling beslissen (Vred. Antwerpen, 27 juli 2006, R.W., 2007-08, 373).

Dit kan een jaarlijkse integrale betaling zijn, hetzij een gespreide betaling.

Sinds de wet van 2 juni 2010 rust op de syndicus de verplichting om het reservekapitaal op een afzonderlijke rekening te plaatsen.

De bestemming van het kapitaal is doorslaggevend. Dit betekent dus dat als het voorschot is betaald met het oog op periodieke uitgaven, het behoort tot het werkkapitaal. Is het voorschot daarentegen betaald met het oog op niet-periodieke uitgaven, behoort het tot het reservekapitaal (Parl.Stukken, Kamer, 1992-93, 851/7, p 40).

Welke periodieke bijdrage de mede-eigenaars aan het reservekapitaal dienen te leveren, is eveneens een beslissing van de algemene vergadering.

Een onderhoudsplan over meerdere jaren welke voor de toekomst weergeeft welke belangrijke investeringskosten te voorzien zijn en op welke termijn, is een handige tool om de bijdrage te bepalen.

De begrotingsraming die de syndicus jaarlijks ter stemming dient voor te leggen aan de algemene vergadering kan hierbij eveneens een belangrijke rol spelen. (artikel 577-8 §2 18° B.W.).

De opbouw van een reservekapitaal is dus een investering voor de toekomst en kan de vereniging van mede-eigenaars heel wat financiële problemen besparen als er zich grote herstellingen of renovaties aanbieden.